| Het trappenwater |
|
|
| Artikels - Artikels |
|
Na het vangen van mijn vorige target kwam ik op straat terecht. Ik moest met andere woorden Wel had ik al veel info vergaard over de vangsten van de voorbije maanden. Het bestond erin dat er vanuit elke stek af en toe wel wat gevangen werd. Zelf heb ik het weer altijd zeer goed in het oog. Thuis werden mijn hersencellen talloze keren gebruikt om een plaats op het water te vinden waar onze vriend zich kon bevinden. Al snel kwam ik tot de conclusie dat voor dit soort water (3 hectare water) met een tamelijk hoge dressuur niet echt een patroon te vinden was in het rondtrekken van de vissen. (Dit wel gezien op basis vanuitgaande met de termijn van 1 dag.) In het verleden kwam ik immers echt wateren tegen waar je de vissen ‘s morgens op een andere plek vond dan ‘s avonds of ‘s nachts. Er werd wel af en toe wat vis gevangen en dit vanuit zo goed als alle stekken. Vanuitgaande dat er zich overal wel vis zou verspreiden op dit dressuurwater, stelde ik het azen van de karpers als volgt op de proef. Je kan het draaien of keren ongeacht de hengeldruk zal de karper toch natuurlijk voedsel en/of aas tot zich moeten nemen. Gaven de karpers nu echt hun voorkeur aan het rijkelijk aanwezige natuurlijke voedsel of was het instinct van desbetreffende karpervissers op dit water lager dan dat van onze vriend karper? Aan mij om dit te ontdekken natuurlijk. Ik moest dus eigenlijk de stekken vinden waar onze vriend aas tot zich neemt. De aanwezigheid van karpers op een bepaalde plek in het water zegt veel maar NIET alles! Hij kan er vertoeven maar hij moet er zichzelf van bewust kunnen stellen dat er geen gevaar is, pas dan zal hij echt rustig gaan azen!!! De eerste sessie zou ik instant vissen en mezelf centraal aan de langerekte oostkant van het rechthoekige water gedurende drie nachten neerplanten. Spijtig genoeg leverde deze geen enkele karper op maar tot groot ongenoegen wel 33 brasems! Waar ben ik mee begonnen, dacht ik bij mezelf. Met een compleet verrast gevoel keerde ik na deze drie dagen van inspecteren en zoveel mogelijk info vergaren terug huiswaarts. Een watertje met zijn eigen specialiteiten was dit! Langzaam aan steeg mijn kennis over het water en de grote vakantie stond voor de deur. Deze twee maanden had ik als student van secundair onderwijs wel onnoemelijk veel tijd om mezelf op dit water te fixeren en het niet meer los te laten. Kost wat kost vissen en voeren zou ik doen! En dit liefst met zoveel mogelijk met regelmaat en verstand. De praktijk:
De eerste maand vakantie heb ik zo maar liefst 12 nachten gevist op dit water. Ik voerde er boilies en particles aan. Dit vooral op tijdperken dat ik zelf niet aan het vissen was. Merkbaar was al snel dat dit water doordeweeks heel rustig was en dat er in het weekend een onnoemelijke drukte heerste. Ik probeerde me, omwille dit probleem, meer te wenden tot de doordeweekse visserij. In de weekends begaf ik me met mijn vrienden in de kroeg. Michel moet jij niet vissen? Een deel van mijn hersenen zei me direct dat ik doordeweeks mijn kans moest slaan en dat ik er in het weekend mijn kans op vis zo goed als kon verwaarlozen. Althans de vissen waarvoor ik echt heen gekomen was op dat water. Een volgend probleem stelde zich dus weeral. Ondanks de drukte kon ik in de weekends niet blijven doorvoeren of ik zou oog in oog komen staan met een woedende visser waarvan ik aas over zijn stek heen had gestrooid. Natuurlijk is dit niet de bedoeling en vond ik volgend alternatief:
Jullie zullen je afvragen: Waarom zoveel particles? Herinner je je het getal 33 nog? Jazeker meneer slijmjurk. De hoge dosering particles mix raadpleegde ik ter bescherming van mijn 18 mm boilies. ‘Haha eikel neem toch gewoon 30 mm boilies’. Dit was het fenomeen dat door zeer veel karpervissers op het water werd toegepast! Zoals ik altijd anders wil zijn en mezelf sterk wil onderscheiden van andere vissers paste ik toch mijn eigen methode toe. Het was er immers toch niet echt afstandvissen. Ik geef toe dat ik meer brasems ving dan anderen op het water maar voor mij werd dit niet meteen opgevat als een negatief punt. In het begin van mijn visavontuur op dit water liet ik meestal specialere vissen de weg tot mijn onthaakmat kennen. Dit waren spijtig genoeg niet de echte kanjers. Eén van de topvissen ving ik wel op deze manier. Merkbaar was wel dat mijn vangsten niet onder deden tegenover de vangsten van verschillende andere kapervissers samen op het water. De tweede maand zou ik het over een geheel andere boeg gooien. Speciale maar overwegend kleinere vissen. Leuk maar toch moest het beter, namelijk groter en heftiger. Tegen mijn vorige techniek in zou ik mijn particles toch sterk reduceren tot bijna geen. Ik kwam met volgend schema op de proppen:
Ik besliste vanwege de drukte die ik had in verband met mijn schoolwerk instant te gaan vissen. Ik koos voor de supersweet boilie uit ons gamma met een scopex geurtje. Raar maar toch waar, ik ving nu ook vissen in het weekend. Zonder enig wat voor te voeren. Hoe kan dat nu toch? De laatste week van oktober leek eraan te komen en het beloofde deze keer weer een goede week vakantie te worden want ik kon van dinsdag tot vrijdag vissen! Doordeweeks was dit dus! Ondanks dat het toch vakantie was voor alleen schoolgaande mensen was het toch mooi druk op het water. Er visten zo maar acht personen gedurende de hele week (op dit twee à drie hectare water). Onderscheid was van zeer belang en ik profiteerde al gauw van mijn nieuwe voerboot, die ik vanaf deze sessie zijn ingebruikname kende! Vissen deed ik enkel met voorgeweekt aas en nogal een witvisgevoelige techniek van presentatie. Toch geloofde ik erin en ja de bom barstte! Ik landde gedurende deze vier dagen 9 karpers terwijl er door ons allen samen 11 werden gevangen. Waarvan drie van de topvissen! Een spiegel van 20,1kg en twee schubs: 18,1kg en 16,8kg. Vier van de reeks stonden er nu op mijn naam! Steevast was ik ervan overtuigd dat ik deze resultaten te danken had aan mijn top instant-aas en de presentatie waarop ik mijn aas in het water bracht! Onderscheid resulteerde dus weeral in top resultaat mocht ik vaststellen. De hieropvolgende weken werd het kouder en de winter kwam al snel piepen. Ik voerde zelden nog wat voor en liet mijn instantvisserij zoals meestal bij mezelf toegepast in de winter doorgaan. Ik ving af en toe een vis en mocht daarbij ook pronken met de eerste karper gevangen binnen ons eigen team van slechts een een paar jonge knapen en wat oude rakkers …Het bleef in het voorjaar nog tamelijk goed weer en het begon weer wat te lopen. Iedereen kent het: de bloemen beginnen te schieten, de temperatuur durft sommige dagen al Aangezien dat ik verder zou gaan leren aan de hogeschool resteerde er me in begin september nog een ruime week dat ik zou kunnen vissen. Dit verwijderd van de drukte. Een andere techniek werd opgesteld en vissen maar. Dinsdag tot vrijdag zou ik vissen, dit de eerste week van september. Eigenwijs als ik ben kwam ik met volgende techniek op de proppen:
Ik zou bij aankomst aan het water een zestal kilo boilies strooien en dit centraal voor mij verspreid over de doorsnede van het water en dit zo een dertigtal meter breed. Nu was ik zeker dat niemand aan mijn voer aan zou komen. Zelf was ik geen voorstander om veel te voeren tijdens ik op betreffend water aan het vissen was, vanwege de dressuur die door de jaren heen gekomen was. De vissen hadden er namelijk echt schrik van verspreide boilies rondom het haakaas. Dus in vele gevallen ook schrik van veel voer … Eén hengel zou ik op de voerstek leggen en de andere hengel legde ik er vlak naast. Na woensdag op te staan kwam ik tot de constatie dat ik goed geslapen had, maar beter geen enkele aanbeet had gehad. Wat baalde ik. Heel de dag starend op de waterspiegel vanuit mijn stek kwam ik omstreeks rond een uur of vier in de namiddag oog ik oog te staan met een situatie die ik nooit meer zal vergeten en zelfs nooit meer zal meemaken. Mijn rechter hengel gaf een zodanige run dat de hengel bijna uit mijn rodpod vloog. Eens beneden af de trap bij de ingedijkte kant was ik nog net op tijd mijn hengel hengel vastgrijpen. Wat is dit?! Als een raket ging deze vis ervan door en wou hij naar het achterliggende stuk water dat gescheiden werd met een talud die net onder water stond. Verplicht werd ik om volledig in mijn hengel te gaan hangen en plots kwam het beest boven. Wat, een zwarte plek? Wel had ik al veel gehoord over een vis die regelmatig direct naar boven kwam na de aanbeet. Ik dacht: ‘Misschien is het deze wel’. Stomverbaasd probeerde ik de vis naar de kant te pompen. Met nodige spierkracht en geduld kwam deze joekel langzaam aan dichter en dichter. ‘Ah Poels, wa ist hebde er ene ofwa?’ Ik draaide mijn hoofd en zag een goeie vriend boven aan helling staan. ‘Moet je zien, kijk die hengel!!!’ De vis kwam tot in de kant en bonkte alsof hij nog niet opgewarmd was. Plots kwam de helft van deze vis boven en probeerde ik hem te landen. Ik schepte zomaar tot de helft van dit beest?! Ik had de helft van deze kanjer al gezien en dat beloofde al groter dan dat ik ooit in realiteit gezien had! Een dik kwartier later sloeg ik erin deze vis te landen en kwam tot de constatie dat ik een zilverkarper in het net had. Nu nog naar boven geraken met deze kanjer. Met de hulp van mijn vriend was in een mum van tijd opgelost. Ik klokte deze vis op maar liefst 32,5 kg. Blij als ik was werd hij terug in zijn eigen wereld losgelaten en bleef ik over aan de kant met een shirt vol met slijm. Ik plaatste deze hengel niet langer meer net naast de voerstek maar ik besliste deze op een 50-tal meter verderop te droppen met enkele voorgeweekte boilies erop en meer niet. Later bleef het stil en de avond was er. Glunderend naar mijn foto van mijn zilverkarper kwam ik tot de tijd dat ik ging slapen. ‘s Nachts werd ik wakker van een paar enkele piepen. ‘Maken dat ik beneden ben!’ Mijn waker was een vijftal centimeter gezakt en sloeg hierbij dus ook direct aan. Het voelde log en ik wist dat deze hem wel eens kon zijn. Na tien minuten drillen landde ik deze vis, waar ik op zich geen problemen mee had tijdens de dril. Eens in mijn net aangekomen trok ik mijn net aan de kant en wou ik mijn hoofdlamp nemen. Die lag immers nog in mijn bivvy. Ik voelde op de rug van deze vis en ja, hij was
Kortom: Een water waar ik veel leerde, vooral hoe met drukte en andere vissers om te gaan. Gedurende de tijd dat ik mezelf op dit water heb gefixeerd, heb ik eveneens veel bijgeleerd over manieren en gedachtengangen van onze vriend karper. Verder wil ik mijn moeder die telkens voor vervoer zorgde vanuit het thuisfront naar het water, mijn betrouwbare medevissers en niet te vergeten Energy Baits die telkens maar weer mij kan voorzien van topaas bedanken. Enjoy karpiste
|









onmiddellijk op zoek naar nieuw water! Ik had zo al wel wat waters als reserve maar deze trokken niet mijn volledige aandacht. Tot op de dag dat een goeie vriend van me sprak over een tamelijk klein water met een toch mooi bestand aan karpers. Zo gezegd zo gedaan, de eerste bewonderingen aan het water vonden plaats enkele weken later. Eens aan het water gekomen deed het mijn hart sneller kloppen. Ik zag me al voor die groene struik zitten met die topspiegel in mijn handen. ‘SSST Michel, kom op we gaan verder’: zei mijn vriend. Een paar dagen later stond ik al aan het water met peilstok en een stel bladen papier om op primitieve maar toch vakkundige wijze het verloop van de bodem vast te leggen. De eerste dag leverde slechts een globale uitkomst van het bodemverloop, verder sprak ik nog even met witvisser die er al jaren viste en ik vergaarde weer wat info. Spijtig genoeg werd het donker en keerde ik huiswaarts. Vervelend was, dat ik geen rijbewijs had vanwege mijn 16-jarige leeftijd. Zoals voorgaand probleem zich nogmaals stelde stond ik pas een week later terug aan het water voor verder onderzoek en een gedetailleerde tekening van het bodemverloop werd opgemaakt als uitkomst van deze dag.
Gedurende deze twee maanden heb ik veel gevoerd en dit met verschillende soorten aas. Er werd vooral gevoerd met boilies en particles. Ik splitste mijn twee maanden vakantie op in twee stukken. Ik dokterde dan ook twee verschillende voertechnieken uit, die mezelf wel interessant leken.
Als uitslag van dit patroon merkte ik dat ik meer de doorsnee vissen van het water begon te vangen. Dit waren vissen die andere vissers, die bij me op bezoek kwamen, zelf ook al eens gezien of gevangen hadden. Zat ik nu goed of? Mijn vangsten bleven overwegend hetzelfde en dus wel goed tot uitstekend te noemen. Echter nogmaals bleven de grote vissen die op mijn lijst stonden zo goed als weg. De twee maanden vakantie vlogen voorbij en ik kon van mezelf niet zeggen dat mijn experiment niet in goede handen werd gehouden. De echte toppers bleven uit maar het aantal vissen gevangen door mezelf was een uitstekende prestatie! Algemeen werden er gemiddeld één tot twee vissen per nacht gevangen. Blanken heb ik echter nooit veel gedaan. Altijd was er wel minstens die ene vis die langskwam …
aardig naar boven te schieten en doch zijn de nachten nog tamelijk fris. Het leven onder water begint sterk terug op gang te komen en de karpers gaan over tot soms massale freetbuien om zichzelf zo klaar de kunnen stomen voor de daaropvolgende paaitijd. Met deze kennis in mijn achterhoofd besloot ik dan weer te gaan voeren. Gemakkelijk was dit wel ondanks ik examens had op school. Zo kon ik direct na een halve dag examen op school door de weeks voeren zodat weinig tot niemand me zag voeren. ‘Jaja toch overdag jongens’. De vis moet mijn eten overdag vinden stelde ik mezelf toen altijd. Vandaar dat ik 95% van de karpers overdag ving. In het weekend, voor de vakantie, kon ik echter niet opbrengen om te vissen. Ik voerde gewoon door tot aan de paasvakantie, waar ik gelijk vijf nachten alleen zou vissen. Zo gezegd zo gedaan de paasvakantie en mijn goede punten op school waren er! Hupla naar het water met die boel en dat aas. Tot mijn sterke verbazing kwam ik aan het water toe en niemand zat er te karperen. Begin goed al goed. De stek waar ik stilaan ongeveer drie weken aan het voorvoeren was, lag er maar sterk verlaten bij. Uitpakken dan maar! Al gauw kwam één van de opzichters langs en vertelde me dat er de laatste tijd weer weinig tot geen karpers gevangen werden. Niet dat deze info me ontmoedigde, het spoorde mijn juist aan om toch die ene fame schub eruit te trekken die wel eens eerder op deze stek gevangen werd. In deze vijf dagen bleef het de eerste eerste nacht en daaropvolgende dag rustig. Tot ik plots in de morgend van de tweede dag gewekt werd door een run, die mijn optonic roodgloeiend liet branden! ‘Goeiemorgeeuuh’: zou Rico me vertellen. Aldus de eerste vis werd geland en het ging hier om een 10,3kg schubkarper. Later op de dag kwam een vriend van me vissen op een stek die wat verderop lag. Tuututut en ja half de namiddag was het weer prijs! Na enkele minuten drillen, sloeg mijn hengeltop richting hemel en bleef ik enkele minuten sterk teleurgesteld naar het water staren. Meneer in het water was blijkbaar slimmer dan ik. Zou het nu echt die grote schub geweest zijn? Ik mocht er niet aan denken of mijn hengel ging het water in … Ach kom op die andere rig aan die hengel monteren en de boot in en hupsaké! Ik voerde stilaan wat bij door met uiterste stilte mezelf naar de voerstek te begeven. Zag ik daar nu actie? Rustig liet ik wat aas in het water dwarrelen. Eens aan mijn bivvy aangekomen, resteerde mij nog een twintigtal minuten en weer diezelfde hengel gaf een knalrun. Hup naar beneden met het landingsnet en verder drillen. De kant dijkte er immers sterk in. Dit is algemeen over geheel het water. De vis was log en kwam rustig richting mijn peiler waar ik met stress in mijn hele lijf opstond. Eens enkele meters uit de kant liet hij zichzelf voor de eerste keer zien en kwam eerst boven met zijn kop en sloeg dan met zijn staart. Ik was er nu 200% van overtuigd dat ik de schub aan mijn lijn had waarvoor ik op deze stek zat. Even later mistte ik het contact met de vis en voelde iets scherp aan mijn lijn, de vis kwam vervolgens boven en mijn lijn ging nog recht het water in. Dat kan nu toch niet waar zijn! Na wat gepruts en getrek kwam ineenkeer een tamelijk grote tak van een goeie meter mee naar de waterspiegel. Werknemersvan de gemeente hadden immers pas rechtsliggende struiken op de schuin ingedijkte kant afgesnoeit en een deel van deze waren waarschijnlijk in het water terecht gekomen. Al bij al kwam de vis toch in mijn net terecht. Het leek wel net of ik mijn eerste lolly kreeg, zo blij was ik. Ik klokte deze vis op 18,4kg. Spoedig werd mijn vriend verwittigd om een foto te komen trekken. Een
half uurtje later stond ik daar met een van mijn lievelingen te poseren. Verder ving ik deze sessie nog drie vissen waarvan twee kleinere 10 kg vissen en een middelmatige lange schub van ruim 15,1 kg, de kleine kanaal genaamd. De jacht naar de grote spiegel met zijn talrijke kleine schubben ging voort en ik werd gedwongen om in het weekend te vissen vanwege van mijn lessen op school en het vakantiewerk, waarvoor ik dit jaar koos tijdens de zomervakantie. Deze periode werd mijn target voor mijn neus weggevangen en het leek wel net of heel mijn wereld leek in de storten … Ontmoedigd als ik was vertrok ik weer met een goed gevoel naar Frankrijk voor mijn derde trip naar het beloofde land (de watervogels).
het, die ene grootse spiegel mijn al zijn kleine schubben! Deze vis werd geklokt op 21,2kg en ging daarna de bewaarzak in tot in de vroege ochtendglorie. Met een gerust hart keerde ik terug in mijn bivvy na het in orde maken van mijn hengel. ‘s Morgens werd ik gewekt door een run op mijn linkerhengel, de hengel op de voerstek. Klaar is kees en ik landde nog één van de topvissen en klokte deze halve rijen op 14,4 kg. Een uurtje later werden deze twee vissen op een gevoelige plaat gezet en klaar was ik er!!